31 augustus 2021
± 2 min

Mam, doe je mee met een potje monopoly?

Verzorgende IG Bianca de Jong - van der Perk vertelt over haar belevenissen in de zorg. Bianca werkt op locatie Graafzicht in Bleskensgraaf op de afdeling Kleinschalig Wonen voor mensen met dementie.

“Mam, doe je mee met een potje Monopoly?” Mijn zoon staat vragend voor mij. Oei, hier hebben we een dilemma. Ik speel graag een spelletje, maar als het om Monopoly gaat ligt dat anders. Op de één of andere manier verlies ik altijd met dit spel en ik weet ook hoe dat komt: ik ben totaal niet zakelijk.Als we in het spel onderhandelen over de straten gaat het mis. Als ik na lang wikken en wegen een straat verkoop voor een -naar mijn idee- hoge prijs, ligt de rest van de familie dubbel van het lachen. Ik verkoop ze voor een schijntje blijkbaar! k hoop daarom altijd dat ik op ‘Vrij parkeren’ kom, dan heb ik weer een buffer.

Ik geef mijn zoon antwoord: “Ja hoor, ik doe mee, voor de gezelligheid!”

Ieder mens wil meedoen, ergens bij horen, van betekenis zijn. Dat begint al op school, je wilt meedoen op het plein en als eerste gekozen worden in het groepje bij de gym. Pubers die er bij willen horen door het goede merkje te dragen en er alles aan doen om bij de groep te horen. Ook als volwassenen doen we graag mee met wat de maatschappij van ons verwacht, en dat is veel! We willen een fijne baan, een goede collega zijn, zorgen voor ons gezin, zijn druk met vrijwilligerswerk of mantelzorg en onze sociale contacten moeten ook bijgehouden worden. Dan kan het zomaar gebeuren dat het ons te veel wordt en we niet meer aan alle verwachtingen kunnen voldoen. Maar dat voelt niet goed, je kunt niet meer mee doen…

En dan word je ouder, het lukt je niet meer om deze drukke en volle maatschappij bij te benen. Je gaat dingen vergeten, op zich niet erg, dat hoort bij het ouder worden. Maar als je vergeet om je medicijnen in te nemen of eigenlijk niet meer weet of je nou gegeten had, wordt het wel een probleem. Voor jezelf zorgen gaat niet meer. Je krijgt de diagnose dementie. Dat maakt je onzeker en verdrietig. Deze ouderen zijn onze bewoners, en wat zorgen we graag voor ze!

Natuurlijk is het even wennen als je op de afdeling Kleinschalig komt te wonen, voor zowel de bewoner als voor de familie. Maar het is echt gezellig bij ons; in onze gezamenlijke huiskamer is er allicht wat te doen. We eten met elkaar en drinken onze koffie met iets lekkers er bij. En als we een wasje hebben om op te vouwen of aardappels te schillen, is er altijd een bewoner die wil helpen. En natuurlijk helpen wij als je het even niet meer weet. We doen er alles aan om onze bewoners de warme zorg te geven die ze verdienen!

Zo ook toen ik bezig was met het koken van het avondeten. Één van onze bewoners keek van een afstandje toe. Ik vertelde wat ik aan het doen was en wat er op het menu stond. Heel voorzichtig vroeg ze: “Mag ik mee doen?” Daarom vroeg ik: “Wilt u bij ons eten?” Ze knikte bevestigend. “Natuurlijk kan dat, we hebben op u gerekend!” Ik zag aan haar blik dat ze nog niet gerustgesteld was. “Kan ik dat wel?” was haar vraag. “Ja hoor” stelde ik haar gerust “en als het niet lukt help ik u hoor!” Er verscheen een glimlach op haar gezicht, voor mij het teken dat het goed was.

Dat maakt mijn werk op zo leuk en uitdagend. Al onze bewoners zijn verschillend en wij stemmen daar onze zorg en benadering op af. Natuurlijk zijn er dingen die niet meer lukken, maar ook heel veel wat -met een beetje hulp- nog wel goed gaat. Iedereen mag mee doen, ieder op zijn of haar manier. Dat geeft je weer het gevoel van eigenwaarde, je doet weer mee, je hoort er bij!

“Mam, je staat op de Leidsche straat met hotel… betalen!” roept mijn zoon. “Ach, ik weet het al, ik ben weer blut!” Maar ja, meedoen is belangrijker dan winnen toch? 

Bianca de Jong - van der Perk

Terug naar overzicht