Terug naar overzicht
Communicatie Present Communicatie Present
± 3 min

Dag mama, een verhaal vanuit de frontlinie

Als verpleegkundige Gerrita Haverman (32 jaar) terugdenkt aan begin dit jaar, weet ze nog dat ze vrij nuchter het wereldnieuws volgde. Corona was een nare griep, maar ze kon toen niet voorzien welke impact het virus op de wereld en haarzelf zou gaan hebben. Gerrita werkt bij Present als verpleegkundige in het woon-zorgcentrum Emma in Leerdam en kreeg zowel in haar werk als persoonlijk te maken met het virus. Een paar weken nadat ze zelf cliënten met Corona had behandeld, raakte ze zelf besmet met het Corona-virus.

Terug naar zondag 15 maart

De minister-president maakt in een persconferentie bekend dat het virus om zich heen slaat. Gerrita: “dit was voor mij het moment dat het menens werd. In die week gingen de scholen en verzorgingshuizen dicht, waardoor iedereen het ging voelen”. In die eerste dagen en weken kreeg Gerrita te maken met veel emotie, onbegrip en onmacht bij zowel bewoners als directe familieleden die veel op bezoek kwamen. Gerrita: “Samen met collega’s probeer je de situatie uit te leggen, maar dit is gewoon lastig. We zijn allemaal vrij praktisch ingesteld en als de complete dagbesteding van bewoners wegvalt, kun je dat niet eenvoudig oplossen.” Toch helpt de praktische insteek het team door deze periode. We hebben allemaal een Smartphone van Present en gaven deze aan bewoners om met familie te beeldbellen, ondertussen konden we iemand anders de dagelijkse zorg geven.

De eerste besmetting

De eerste weken zijn er verschillende verdenkingen van Corona dus er staan veel testen uit bij bewoners. Gerrita: “Eigenlijk schrok niemand van deze tests, de bewoners waren vooral dankbaar dat er voor de zekerheid een test werd uitgevoerd.” Bij een verdenking van een Corona besmetting, start men op de afdeling met verzorging in isolatie. Dit betekent dat verzorgenden met beschermende kleding de ruimte betreden. Gerrita: “Als je de ruimte inricht, denk je na of er een sluis gecreëerd kan worden waar medewerkers zich kunnen omkleden en maak je een werkhoek klaar met desinfecterende materialen.” En we werken als team volgens een protocol samen. We hangen posters met instructies op en zeker in het begin hebben we veel aandacht besteed aan overdracht en communicatie.

Toen de eerste bewoner positief getest werd, belde Gerrita met 100 familieleden om te vertellen dat er een besmetting op de woonzorglocatie is. Iedereen reageerde met ‘het was te verwachten’ en ‘wat dit betekent dit voor mijn familie’. Met de bewoner gingen we persoonlijk in gesprek. “Wat ik zelf lastig vond, was dat familie wel op bezoek mocht komen, maar dat zij ook beschermende kleding moesten dragen. Dus je loopt niet even in en uit.” vertelt Gerrita. Hierdoor zijn de mensen soms alleen. We hebben toen besloten om als team standaard één uur verzorging aan meneer of mevrouw te geven, waarbij we ook aandacht hadden voor een muziekje en een praatje.

een medewerker van Present in isolatiekleding

Afbeelding: Gerrita Haverman in beschermende kleding

Ik lust geen kibbeling meer

Verschillende collega’s hadden zich begin april laten testen. Ik dacht nog, ik hoef dat niet, ‘zo’n stokkie achter in mijn mond’. Op een woensdag zei ik tegen mijn collega “ik ben nog nooit zo raar moe geweest”. Bij de lunch eten we volgens traditie een visje, maar die smaakte me zelfs niet. Ik lust nu zelfs geen kibbeling meer! Toen ik ’s avonds thuis kwam, kon ik niet meer koken en ben direct mijn bed ingedoken.’ Ik kreeg koorts, rillingen, last van mijn darmen en was heel erg moe. Na een paar dagen begon ik ook te hoesten. Inmiddels had ik een Corona-test gedaan, maar deze bleek vreemd genoeg negatief. Ik kwam niet meer uit bed en mijn man en kind leefden uit voorzorg apart van mij in huis. Mijn man sliep op zolder en verzorgde mij op afstand; mijn zoontje ging zitten op een krukje in de gang om met mij te praten. Maar eigenlijk was ik te moe om te praten.

Saturatiemeter in de brievenbus

Een dag later hebben collega’s van Gerrita een saturatiemeter door de brievenbus gedaan. Dit apparaat meet de zuurstof in het bloed. Ik had waarden van 93, normaal is dit 100. In de dagen die volgden werd ik steeds benauwder en daalde dit getal tot 87%. Ik was doodop. Ik had een aantal keer contact met de Huisartsenpost en gelukkig stuurden ze een ambulance. Mijn man heeft onze zoon voorbereid op de komst van de ambulance en de kledingtas gepakt. Ik kon zelf gelukkig nog van de trap af hobbelen.

De broeders namen mij meteen mee naar buiten. De frisse lucht die ik toen ervaarde was heerlijk. En de paar liter zuurstof die ik vervolgens toegediend kreeg, was nog fijner! Vlak voordat ik vertrok zei mijn zoon nog ‘dag mama’ voordat ik vertrok naar het Antonius in Nieuwengein. Het toeval wil dat mijn man hier op de eerste hulp is gaan werken tijdens de Corona-uitbraak, voor extra handjes aan het bed. Nu moest hij ook gedag zeggen bij de vertrekkende ambulance, want hij mocht niet mee.

Toch Corona

In het ziekenhuis bleek al snel dat ik toch Corona positief was. Ik kwam eerst alleen op een kamer te liggen; dat is niet zo prettig als je zoals ik last van heimwee hebt. Toen ik positief bleek, ‘mocht’ ik verhuizen van de verdachte afdeling naar de Corona afdeling; of ik noemde het eigenlijk de ‘Hoest & Proest’ afdeling. Ik schrok toen ik mijn kamergenoot van in de 40 met een rollator zag lopen, nadat ze op de Intensive Care was ontslagen. Ook vond ik het ingewikkeld om mijn verpleegkundige ervaring los te laten, en hulp te aanvaarden van anderen. Maar het is me wel gelukt.